Een vooruitziende blik

(door Jeroen van der Zee)

Ruim 50 jaar geleden vermaakte ik me op de lagere school met tekenen van zeiljachten. De ontwerpen kenden een eenvoudig doch doeltreffend karakter: Een scherpe steven, een verticale kont, sloep-getuigd en een klein kajuitje achter de mast. Het moest niet te moeilijk zijn. Ik tekende namelijk met een liniaaltje. Zeeg? Had ik nog nooit van gehoord. Intussen leerde ik zeilen in een piraatje (een klein hechthouten 2,5 meter lang zeiljolletje) dat reeds een lange tijd in de familie rouleerde en de laatste jaren weinig serieus onderhoud had gekend. Het vloertje was er niet best aan toe en via lekkende kiertjes sijpelde water naar binnen. Met een hoosblik werd door de Piraatschipper dit water er weer uit gewerkt, ondertussen varend met de schoot tussen de tanden en het (toen nog tanige) beentje over de helmstok gevouwen.

Mijn vader fungeerde als coach langs de kant. Hij deelde mij op niet bepaald minzame wijze mee dat een klapgijp geen juiste manoeuvre was. Een bult op het hoofd rijker was ik dat volledig met hem eens. Al doende leert men. In die tijd waren er nog geen buitenboordmotoren voor de jeugd beschikbaar. Wel twee riempjes, waarmee ik het piraatje met gestreken zeil keurig leerde aanleggen in de drukke havens, want daar mocht niet gezeild worden.

Heldhaftige Momenten en Woeste Tochten

Mijn ouders varen nog altijd rond op hun 50 jaar oude zeeschouw ‘Nieuwe Sorgh’. Zonder de piraat als bijboot. Tijdens de jaren ’70 was een 8 meter zeeschouw nog een heel schip. Ons vaargebied was Friesland, het Wad, het IJsselmeer en een paar keer de Oostzee. Samen opvaren met andere platbodems, kwarttonners, Markens, Trewes-en, IF’s en vele andere prachtige, inmiddels klassieke ontwerpen, waar nu de hoofden voor worden gedraaid als ze voorbij glijden.

’s Avonds lag je dan 10 dik in Enkhuizen langs de kant, hopende dat het niet ging waaien. Het piraatje werd dan gepromoveerd tot veerboot voor het uitlaten van de hond.

Ik maakte Heldhaftige Momenten en Woeste Tochten mee in dit badkuipje. Vooral in Enkhuizen, waar ik zonder vrees ‘s ochtends vroeg het knobbelige Krabbersgat over zeilde, vlak voor de beroepsvaart en vissersboten langs, waarna scheldende schippers uit de stuurhut kwamen om mij duidelijk te maken dat ik niet goed bij mijn hoofd was. En ik durf nu mijn vader van 89 te vertellen dat ik dit soort kamikazeachtige tochten deed zonder een reddingsvest. Als hij dit toen geweten had, was het Piraatje ongetwijfeld eerder in de open haard terecht gekomen, waar het uiteindelijk haar varende leven heeft beëindigd.

Niet zoveel jaren later lagen we een keer verwaaid in Medemblik met de ‘Nieuwe Sorgh’. Het woei een kleine 8 Beaufort uit het noorden en de hele vloot bleef binnen liggen. Ik zat samen met de hond op de dijk bij de ingang van de haven en zag in de verte een gereefd zeiltje aankomen. En tot mijn verbazing leek het zeiljacht wat de haven naderde wel heel erg op de bootjes die ik vroeger tekende en waar ik dit verhaal mee begon. Korte kajuit, rechte kont; ik ben meegelopen over de kade, naast ‘mijn’ ontwerp. Het woord plagiaat kwam nog net niet in mij op. Het was de eerste Breehorn 37 die ik ooit zag en ik noteerde dit betoverende ontwerp op mijn bucketlist, boven de toekomstige sportwagen, de racefiets, de Europe Moth en een kusje van het mooiste meisje van de klas. De schipster op het voordek zag mij met open mond kijken en zwaaide een vrolijke groet naar mij. Het was duidelijk dat de Breehorn weinig last had gehad van de vlagerige wind en de korte golfslag van het IJsselmeer.

Dromend van zijn oceaanwaardige zeiljacht...

Inmiddels 3 zeiljachten verder, werden we 7 jaar geleden eigenaar van ons aluminium zeiljacht met een midzwaard, een korte kajuit tot de mast en een verticale kont. Onze ‘Dikke' lijkt ook wel verdacht veel op de gekrabbelde tekeningetjes die ik 50 jaar geleden maakte. Hoewel… 'Dikke' heeft wél zeeg. En een kottertuigage. En ik wilde persé een kielmidzwaard. Het is dus uiteindelijk een grote zus van de Breehorn geworden.

Deze zomer voeren wij zelf met 30 knopen wind over het dek Medemblik binnen, waar we een mooi plekje vonden tussen de andere, inmiddels 40+ voet jachten. Want 8 meter voldoet niet meer in de huidige tijd, waar 2 toiletten, 4 hutten, 2 stuurwielen en een douche de norm is. Twee jonge meisjes achter ons speelden in een Optimistje dat met een lange lijn verbonden was aan het moederschip. De de ouders in de kuip genoten van hun glaasje wijn en het plezier van de kinderen in het badkuipje.

En toen zag ik weer, in mijn gedachten, het kleine mannetje in zijn wrakke piraatje met een mooi dacron Gaastra emmerzeiltje (dat dan weer wel) manmoedig het inmiddels ingedamde Krabbersgat oversteken, dromend van zijn oceaanwaardige zeiljacht, dat er ooit wel eens zou komen...

Gelezen: 383 keer